Moraal

Het is overduidelijk dat tijdens carnaval er een lossere moraal is. Juist dat punt levert regelmatig strijd op met mensen die voor het eerst de carnaval mee maken. Ze denken dat er helemaal geen moraal is en vanuit hun beeld in een bandeloze kolkende mensenmenigte te stappen, veroorloven ze zich menig #metoo. Alleen door de vaste carnavalgangers worden de handtastelijkheden niet gewaardeerd en publiekelijk afgestraft. Dat was ook al voor de #metoo beweging zo. Het verklaart de terugkerende roep voorafgaand aan carnaval om de ophaalbrug van slot Brabant of slot Limburg op te halen. Om de “bovensloters” de toegang te ontzeggen. Het zou jammer zijn, want carnaval is ook een feest van verbroedering.

Vastenavond of vastelaovend?

Waar komt de lossere moraal historisch gezien vandaan? Opmerkelijk is dat de Limburger spreekt van de vastelaovend of vastenavond. Dat verwijst naar de vastenperiode die begint op Aswoensdag, veertig dagen voorafgaand aan Pasen. De Roomse kerk leek het een goed idee dat het volk, voorafgaand aan de veertigdaagse vasten al feestend eens goed met hun donkere kant aan de slag zouden gaan. De redenering erachter was dat als mensen enkele dagen met duivels, heksen en narren, kortom met hun eigen heilloze zondigheid werden geconfronteerd, zij naar een vastenperiode gingen verlangen!

Er is ook een andere uitleg. In de Middeleeuwen sprak men namelijk van vastelavond in plaats van vastenavond; in Maastricht gebeurt dat nog steeds: de vastelaovend. Vastel zou teruggaan op ‘vazel’ en ‘fazel’, wat betekenissen heeft als onzin, kletspraat maar ook het uitwendig geslachtsgedeelte van vrouwelijk vee; ‘vazelen’ stond zelfs voor geslachtsgemeenschap. De Kerk zou die seksuele verwijzing hebben verdonkeremaand door vastelavond schijnheilig in vastenavond te veranderen, maar dat is bijna te leuk om waar te zijn.

Zotheid

Er zijn allerlei overblijfselen van Middeleeuwse zotheid in onze huidige carnavalstraditie. Herman Pleij schreef daarover in Het gilde van de Blauwe Schuit, de boekuitgave naar aanleiding van zijn proefschrift. Denk dan aan spotwetten en spotvonnissen, die nu nog voortleven in het tonpraten en de carnavaleske gemeenteraad. De opzet was (en is) om de rollen eens om te draaien: ‘Hij heeft de machtigen van de troon gezet en de geringen verheven’. De meest populaire sanctie was destijds om letterlijk met de billen bloot te gaan. Uit de behoefte om de rollen te veranderen komen ook de carnavalskostuums en de maskers voort. Dat geeft aan deelnemers een mate van anonimiteit, waarmee grensoverschrijdend gedrag aantrekkelijk word; het idee van de kat in het donker knijpen. Aan het einde van de 19e eeuw wilde men af van al deze losbandigheid. In 1849 is naar aanleiding hiervan in Breda een compleet carnavalsoproer uitgebroken, in 1857 idem dito in Tilburg.

Alaaf!

Het moderne carnaval kent veel invloed uit Duitsland, uit Aken. De gespiegelde militaire groet (hand gekruist naar het linker oor) en de uitroep Alaaf schijnt uit Keulen afkomstig te zijn. ‘All af’ betekent in het oud-Keuls iets als ‘alles weg’. Pas in de vrijgevochten jaren 60 kreeg carnaval weer echt voet aan de grond in het katholieke zuiden. Katholieken wilden ermee tegenover protestanten hun levensgevoel uitdragen; dat wil zeggen: lichtvoetig, zorgeloos, feestelijk, saamhorig. Deze maatschappelijke scheidslijn tussen geloven is inmiddels ook verdwenen. Carnaval is nu een gezellig volksfeest, met veel plezier tijdens het hossen en ongetwijfeld ook na afloop in een al dan niet vreemd bed. Tja, het is misschien Mosterd na de Maaltijd, maar met een potje vaseline ben je er nog niet. Ook dit jaar schiet de verkoop van condooms weer omhoog, tijdens carnaval. En als het niet de carnavalshit was die kraakte maar het bed van de buurvrouw, kom dan eens praten.

 

 

 

 

Menu